Libanon roept bij veel mensen eerst beelden op die weinig met wijn te maken hebben: de burgeroorlog (1975–1990), een extreem complexe politieke realiteit met talloze geloofsgemeenschappen, een zware economische crisis (met naar schatting 75% van de bevolking onder de armoedegrens), de impact van 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen sinds 2011 en de verwoestende explosie in de haven van Beiroet in 2020. En toch: precies in die moeilijke context bloeit de Libanese wijnwereld opvallend hard. Wijnschrijver Michael Karam vatte het paradoxaal maar raak samen: “Ironically, at a time when the country is perhaps at its lowest ebb, Lebanese wine is at its most exciting.”
Die spanning – crisis versus creativiteit – vormde de rode draad van onze proefavond. We proefden acht wijnen die tonen hoe breed, eigenzinnig en kwaliteitsgericht Libanon vandaag werkt. Niet alleen iconen als Château Musar, maar ook moderne terroirprojecten, “new wave” minimal-interventiewijnen en een herwaardering van oude Mediterrane rassen en inheemse druiven.
Van Feniciërs tot Jezuïeten: wijn als cultureel erfgoed

Libanon is geen “nieuw” wijnland. Al in de periode 1550–300 v.C. speelden Feniciërs een sleutelrol: zij beschouwden wijn als een verhandelbaar goed en brachten die cultuur mee over zee. In de 2de eeuw n.C. getuigt de imposante Bacchustempel in Baalbek van Romeinse wijnverering. In de middeleeuwen hadden wijnen uit havens als Tyrus en Sidon reputatie en afzet via Venetiaanse handel.
De geschiedenis kent ook breuklijnen. Na 1517 werd de regio opgenomen in het Ottomaanse rijk, waar alcohol verboden was (behalve voor religieuze erediensten). Een nieuw hoofdstuk startte in 1857, wanneer Franse jezuïeten (o.a. bij Ksara) “moderne” druivenrassen en teeltmethodes introduceerden vanuit Frans-Algerije – een fundament voor de hedendaagse industrie. Tijdens het Franse bestuur (1920–1946) nam de vraag verder toe, en het toenmalige kosmopolitische Libanon (“het Parijs van het Midden-Oosten”) gaf de sector extra momentum.
De burgeroorlog (1975–1990) was een zware klap, maar het verhaal is ook één van volgehouden vakmanschap: Château Musar bleef – op twee millésimes na – elk jaar wijn produceren. Die veerkracht is sindsdien een deel van de Libanese wijnidentiteit.
Libanon als wijnland vandaag: hoogte, droogte en kalk
Om Libanese wijnen te begrijpen, kwamen we tijdens de avond steeds terug op drie kernwoorden: hoogte, droogte en kalk.
- Hoogte: de kern van de productie ligt in de Bekaa-vallei, ingesloten tussen het Libanon- en Anti-Libanon-gebergte. Wijngaarden liggen typisch op 900–1.200 meter (en soms nog hoger in andere regio’s).
- Droogte: lange, droge zomers leveren gezonde druiven op, met weinig druk van schimmels. Koele nachten door de hoogte zorgen voor een groot dag-nachtverschil (15–20°C), wat helpt om rijpheid te combineren met fraîcheur.
- Kalk: kalksteen, klei-kalk en alluviale afzettingen ondersteunen drainage en diepe worteling en dragen bij aan structurele spanning: concentratie met frisheid.
Die combinatie verklaart waarom Libanon tegelijk “mediterraan” én opvallend “continentaal” kan proeven: rijpe tannines en aromatische intensiteit, maar vaak met voldoende zuurstructuur.
Druiven: klassiek, internationaal én inheems
Libanon werkt met een rijke mix aan rassen. Historisch zien we o.a. Cinsault, Carignan, Mourvèdre, Grenache en Ugni Blanc (vanaf de 19de eeuw), later aangevuld met internationale variëteiten zoals Cabernet Sauvignon, Merlot, Syrah en Chardonnay. De laatste jaren kwamen daar experimenten en nieuwe aanplant bij (Cabernet Franc, Tempranillo, Viognier, Muscat, Sémillon…).
Een bijzonder thema van de avond was de herontdekking van inheemse druiven:
- Obaideh (genetisch verwant aan Chardonnay)
- Merweh (genetisch verwant aan Sémillon)
Ze blijken uitstekend te presteren in warme, droge omstandigheden en passen perfect in de hedendaagse zoektocht naar lokale identiteit.
De proefreeks (8 wijnen): Libanon in acht hoofdstukken

De achte wijnen die geproefd werden: van links naar rechts op de afbeelding hierboven uitgelegd.
1) Musar Jeune White 2023 (Bekaa)
Een frisse, aromatische, ongehoute blend van Viognier, Vermentino en Chardonnay, van wijngaarden rond 1.000 m. Vergisting in met cement beklede vaten en snel op de markt: een toegankelijke, moderne instap in Musar, zonder het “mythische” gewicht van de iconische rode.
2) Sept – Obeidi 2021 (Batroun)
Sept profileert zich als “Un vin de lieu” en is (volgens de slides) de eerste en enige biodynamische wijngaard van Libanon. 100% Obeideh, spontaan vergist, 12 maanden op de lies in inox, minimale interventie en slechts beperkt sulfiet bij botteling. Dit was hét voorbeeld van de Libanese “new wave”: identiteit via herkomst en druif, niet via hout of make-up.
3) Paradis Rosé de Qanafar 2023 (Bekaa)
Rosé met een mooi oorsprongsverhaal: Tempranillo bleek in rood minder overtuigend en werd een succes als rosé. Blend van Tempranillo (70%), Syrah (18%), Zinfandel (12%). In stijl: licht, elegant en verfrissend – precies wat je verwacht van rosé die vooral op drinkplezier mikt.
4) IXSIR Altitudes Red 2018 (Jezzine/Batroun/Bekaa)
IXSIR (opgericht 2008) werkt met hooggelegen sites doorheen het land (ca. 400–1.800 m). Deze wijn is een moderne, “gepolijste” interpretatie met gecontroleerde extractie en deels rijping op Frans eiken (6 maanden, 60% nieuw). Druiven: Cabernet Sauvignon, Syrah, Caladoc en Tempranillo. Een duidelijke demonstratie van een hedendaags, internationaal leesbaar profiel mét Libanese berginvloed.
5) Domaine des Tourelles “Vieilles Vignes” Cinsault 2017 (Bekaa)
Een historisch anker (sinds 1868) en tegelijk een statement: 100% Cinsault van zeer oude stokken (50+ jaar), spontaan vergist, in beton, met focus op puurheid en verteerbaarheid. Deze fles maakte de case voor Cinsault als serieuze kwaliteitsdruif in Libanon – niet enkel als “blendmateriaal”, maar als terroirvertaler.
6) IXSIR Grande Réserve Red 2017 (Bekaa)
Syrah & Cabernet Sauvignon, 12 maanden Franse eik (15% nieuw). Waar “Altitudes” breed en toegankelijk is, zit “Grande Réserve” een stap hoger in densiteit, structuur en ambitie, met houtgebruik als instrument voor vorm en bewaarpotentieel.
7) Château Qanafar 2016 (Jezzine, Bekaa)
Blend van Merlot (44%), Cabernet Sauvignon (35%), Syrah (21%), 12 maanden op vooral Frans eiken (225 L), niet geklaard of gefilterd. Qanafar illustreert de realiteit van wijn maken in Libanon: alles importeren behalve de druif, lage opbrengsten, dure arbeid en wisselende energievoorziening – en toch kiezen voor precisie en terroirgetrouw werken.
8) Château Musar 2018 (Bekaa)
Het sluitstuk en tegelijk het referentiepunt. De rode Musar is zeven jaar in de maak: aparte vergisting met natuurlijke gisten in beton, 12 maanden Nevers eik, assemblage, opnieuw beton, botteling zonder klaring/filtratie en vervolgens jaren kelderrust. Druiven: Cabernet Sauvignon, Carignan, Cinsault. Gaston Hochar vat de filosofie poëtisch samen: cabernet sauvignon geeft het geraamte, carignan de spieren en het vlees, cinsault de zachte huid.
Meer dan Musar – en meer dan een wijnverhaal
Wat we vooral meenemen van deze avond: Libanon is geen voetnoot in de wijnwereld, maar een land met schaal én dynamiek. Het aantal wijnbedrijven groeide van 8 (1997) naar ongeveer 80 (2025), op ca. 2.500 ha wijngaard. Grote namen (Ksara, Kefraya, Musar, IXSIR) staan naast kleine, gedreven projecten die inzetten op biodynamie, autochtone rassen en minimale interventie. Tegelijk blijft de economische realiteit hard, waardoor elke fles ook iets vertelt over volhouden, aanpassen en doorgaan.
